Lesje geleerd.
Wanneer u dit leest hopen mijn partner en ik fysiek weer op de dansvloer te staan, hoewel ik het niet met 100 % zekerheid durf te beweren. Het gaat weer richting Pasen, dus tijd mijn lijdensweg aan u kenbaar te maken.
2e Kerstdag2010 en het is avond . We hebben thuis een gezellige maaltijd genoten en de aanwezige zoons hebben het plan opgevat deze avond nog te gaan sleeën. Achter ons huis ligt een mooi park, aangelegd op de restanten van wat eerst een steenberg van de Emma-mijn was. Mooie hellingen om met de sleetjesnaar beneden te denderen. Ik ben de eerste die zegt ook mee te gaan.
Het is 20.30 uur en de maan verlicht de omgeving meer dan voldoende waarbij de sneeuw het natuurlijke licht nog eens extra versterkt. De sleetjes zijn laag en je zit enkel gescheiden door een dun laagje kunststof bijna met je kont op de hard aangestampte sneeuw. Ik merk niks van schokkende nieren, plaatsverwisselende ruggenwervels, rammelende spieren en we genieten met volle teugen. Na elke afdaling kruipen we weer met kinderlijk plezier de helling op, begeleid door een spervuur van sneeuwballen.
De volgende avond denk ik handig te zijn en de sneeuw voor de banden van mijn auto alvast weg te scheppen. En dan gebeurt het. Bij schep nummer 7 ( ik weet het nog precies) een enorme pijnscheut die mij direct op slot zet. Gelukkig is het al duister en heeft iedereen zich al achter zijn rolluiken verscholen en zo kan ik voetje voor voetje het huis weer binnen komen.
Volgende dag sta ik met moeite op: hevige pijn in de onderrug. Spieren hebben naar mijn gevoel een flinke opdonder gehad. Gelukkig hoef ik deze week maar 2 dagen te werken en kan ik met een doos paracetamol in handbereik de rest van de week thuis verder herstellen.
Dat herstel is er volgens mij na een dikke week en we gaan die zaterdag erna proberen te trainen. Tien zware minuten bleef ik pogen door de pijn te trainen in de hoop dat het tij zou keren, maar helaas. Wel de daarop volgende zondag gewandeld en op de crosstrainer gestaan, want wie doet mij immers wat(?).
Het blijkt dat ik dat zelf ben, want het goddelijke lijf zegt de dag daarna mij definitief de wacht aan. Dit doet het door mij wekenlang een pijnlijke heup te laten voelen die me gelijk aan huis en onze pas aangelegde gashaard kluistert. Wekenlang herstel volgen welke worden begeleid door allerlei goedbedoelde adviezen uit onze omgeving. Om er maar enkele te noemen:
- ga aan een deur hangen want dat deden we vroeger op de bouw ook wanneer we last van onze rug hadden, of
- je moet naar een ostheopaat gaan want dat helpt mijn man ook, of
- ik weet een hele goede kraker die je in een keer van je klachten af helpt, of
- je moet vragen om andere pijnstillers, of
- je moet een spuit laten zetten, of
- je moet wat kaarsjes aansteken en meer bidden enzovoorts enzovoorts.
Er werd me zelfs gesuggereerd een nieuwe heup aan te schaffen. Geen van al deze adviezen heb ik opgevolgd, hoewel ik bij elke suggestie veinsde er blij mee te zijn.
Wel sleep ik me week na week naar een huisarts ( het is wat met die gezondheidscentra: het is altijd weer een verrassing wie je als genezer gaat zien) in wanhoop dat het herstel nog niet begint: eindelijk, nieuwe pijnstillers blijken effectief en brengen me de eerste paar dagen in een lekker roesje. Ik heb het gevoel dat ik een beetje zweef . Alsof ik op wolken dans. Toch nog een beetje gedanst, denk ik dan maar. In ieder geval kan ik de nachten redelijk doorbrengen. Fysiotherapie wordt gestart.
Van echte danspasjes is in de verste verte nog geen sprake. Mijn zielige toestand wordt nog eens versterkt door de motiverende en troostende mailtjes van Clara die me zeggen dat ouderdom met gebreken komt en dat het oude lijf zijn tijd nodig heeft. Toch wel handig die email, dan hoef je geen fysieke confrontatie aan te gaan:ze mag van geluk spreken dat ik slecht ter been ben. Hoe oud is zij eigenlijk, denk ik?
Ik zie met lede ogen en jaloezie de uitslagen van de gedanste wedstrijden. Tevens missen we de open dagen waar we altijd graag aan meedoen. Overdag loop ik al of niet met mijn kleinzoon kleine en voorzichtige rondjes rond de achter ons huis gelegen vijver en voer de eendjes en de zwanen met hem. Het meeste moet ik zelf doen want de kleine donder eet het brood liever zelf droog en al op. Niet voor niets was het ontbijt vanmorgen een crime met hem. De buggy waarin hij zit doet prima dienst als rollator, terwijl niemand ziet dat ik om die reden met de dreumes mijn rondjes loop.
Recht vooruitlopen gaat, maar een pasje opzij durf ik nog niet aan. Menig boek passeert mijn blik en ik zap wat af en kom de meest onbenullige programma's tegen. Hier naar kijkende voel ik mijn hersenen langzaam verdorren of zal het toch Alzheimer zijn. Het herstel laat voor mijn gevoel veel te lang op zich wachten. Ik troost me maar met de gedachte dat geduld het vermogen is je motor stationair te laten draaien wanneer je hem het liefst verschrikkelijk op zijn staart zou trappen. Ik heb zelfs overwogen me maar tot die blauwe engel uit Tiel te richten. Je moet immers toch wat wanneer je niet kunt dansen en het toch dolgraag wil. Het blijkt echter dat ze haar vleugels elders heeft uitgeslagen en dat is maar goed ook.
Gelukkig gaat het op moment van schrijven weer beter. Geduld en tijd blijken toch weer de beste heelmeesters te zijn. Nog even en we doen weer onze eerste, angstige schreden op ons danspad. Een voordeel van deze dansloze maanden is er toch: mijn partner heeft uren, dagen , weken aan haar 'pekske' voor de dolle dagen kunnen werken. Het is dan ook een kunstwerk geworden.
De moraal van dit verhaal: wanneer de sneeuw komt met dikke lagen, zult ge u boven de 60 jaar nimmer op een slede wagen.
Rijzen en dalen.